Wedstrijd reg. NFF nationaal - Fietscross vereniging FCV Geldermalsen

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu

Wedstrijd reg. NFF nationaal

Reglementen > Reglementen FCV Geldermalsen

Wedstrijdreglement 2011




NFF
Algemene bepalingen
Artikel 1
De N.F.F. heeft als een van de landelijke overkoepelende organisaties van de fietscrosssport het recht en de plicht om regelend op te treden op het gebied van de fietscrosssport in de meest algemene zin van het woord.
Wedstrijden
Artikel 2
Voor de toepassing van dit reglement wordt onder "wedstrijden" ver-staan, alle evenementen georganiseerd door een fietscrossclub aan-gesloten bij de N.F.F.
Organisatie
Artikel 3
a. De N.F.F. treedt regelend op bij het samenstellen van de nationale wedstrijd van de N.F.F., waartoe in elk geval behoren de Nederlandse Kampioen Indoor en Outdoor, de Nederlands Club Kampioenschappen Indoor en Outdoor, de nationale wedstrijden en Interlandwedstrijden. Andere wedstrijden kunnen uitsluitend met toestemming van de Federatieraad op de nationale wedstrijdkalender worden geplaatst. Bij de samenstelling van de district-wedstrijdkalenders dienen de weekends van de Nationale kalender van de N.F.F. te worden vrij-gehouden.
b. Ten behoeve van de verdeling van nationale wedstrijden, worden de verenigingen in groepen ingedeeld. In iedere groep wordt elk jaar een nationale wedstrijd georganiseerd. Om een nationale wedstrijd te mogen organiseren moet een club minimaal twee (2) jaar lid zijn van de N.F.F., (dus drie (3) jaar vanaf de aanmelding; het eerste jaar is de club aspirant-lid).

Deelname aan wedstrijden
Artikel 4
a. De deelname aan wedstrijden vermeld op de nationale wedstrijd-kalender van de
staat alleen open voor federatiekaarthouders tenzij de Federatieraad dispensatie verleent.
Om mee te kunnen doen aan het N.K. Outdoor moet men aan een aantal nationale wedstrijden, zonder N.C.K. en N.K.Outdoor, hebben deelgenomen. Dit aantal wordt bepaald door het aantal nationale wedstrijden in de periode van Pinksteren tot Pinksteren minus vier (4), met een minimum van vier (4). Dit geldt ook voor de cruisers.
Er wordt geen dispensatie verleend voor het meedoen aan het N.K. Outdoor, als het bij letter b bedoelde minimale aantal wedstrijden door een rijder niet gereden is.

Bekendheid met de reglementen
Artikel 5
Iedere organisator van en iedere deelnemer of medewerker aan een wedstrijd wordt
geacht bekend te zijn met het wedstrijdreglement van de N.F.F. en aanvaardt zonder
voorbehoud de daaruit voortvloeiende consequenties. Hij/zij doet uitdrukkelijk afstand
van het recht op beroep op iedere andere arbiter, rechter of ander college dan die
waarin de reglementen van de N.F.F. voorzien.
Inschrijven

Artikel 6
Na sluiting van de inschrijvingstermijn kunnen op de wedstrijddag zelf nog nieuwe
aanmeldingen worden gedaan, waarbij per inschrijving per klasse het inschrijfgeld
verhoogd wordt met een boete van 100%. De opgelegde boetes komen ten goede
van de Federatiekas.

Afgelasting
Artikel 7
Indien de baan, het weer of andere externe omstandigheden dit noodzakelijk maken,
dienen de deelnemende verenigingen te worden gewaarschuwd voordat zij
normaliter vertrekken. Eventuele inschrijfgelden dienen te worden gerestitueerd of te
worden verrekend met het inschrijfgeld van een nieuw uit te schrijven wedstrijd.

Klasse-indeling
Artikel 8
Bij de indeling in klassen worden onderscheiden:
a. gewone fietscrossers, zij die rijden met een crossfiets met een wielmaat van max.
20 inches;
b. cruisers, zij die rijden met een crossfiets met een wielmaat van 24 of 26 inches.
De groep bedoeld onder punt 8, letter a wordt als volgt ingedeeld:
- er is één klasse Jongens/Meisjes 4 en 5 jaar;
- zowel de jongens als de meisjes worden apart ingedeeld in hun eigen
leeftijdsklasse 6 jaar, 7 jaar, 8 jaar, 9 jaar, 10 jaar, 11 jaar, 12 jaar, 13 jaar, 14
jaar, 15 jaar, 16 jaar en ouder (meisjes), 16/17 jaar (jongens), en 18 jaar en
ouder (jongens);
- indien in één van de eigen leeftijdsklassen minder dan 7 rijders aan de start
zouden komen dan worden de betrokken jongens of meisjes ingedeeld in één
van de gecombineerde leeftijdsklassen 4/5 jaar, 6/7 jaar, 8/9 jaar, 10/11 jaar,
12/13 jaar, 14/15 jaar of 16 jaar en ouder;
- indien ook bij bovengenoemde gecombineerde leeftijdsklassen minder dan 7
rijders aan de start zouden verschijnen dan worden de betrokken jongens en
meisjes bij elkaar in een groep ingedeeld, doch de meisjes één jaar beneden
hun eigen leeftijd;
- indien ook dan geen 7 rijders aan de start zouden verschijnen dan worden de
jongens en meisjes ingedeeld in de gecombineerde leeftijdsklassen 4/5 jaar, 6/7
jaar, 8/9 jaar, 10/11 jaar, 12/13 jaar, 14/15 jaar of 16 jaar en ouder, doch de
meisjes één jaar beneden hun eigen leeftijd.
De groep bedoeld in artikel 8, letter b wordt als volgt ingedeeld:
- heren 0 t/m 15 jaar, 16 t/m 30 jaar, 31 t/m 40 jaar, 41 jaar t/m 50 jaar en 51 jaar
en ouder;
- dames 24 jaar en jonger, dames 25 jaar en ouder;
Indien in één van de groepen heren-cruisers minder dan 7 rijders zijn, dan worden
deze één groep hoger ingedeeld behalve bij de groep 41 jaar en ouder die één groep
lager wordt ingedeeld.
Indien bij een van de groepen damescruisers minder dan 7 rijders zijn, worden beide
groepen bij elkaar ingedeeld.
Bij de Nederlandse Kampioenschappen Indoor en Outdoor, de Nederlandse
Clubkampioenschappen Indoor en Outdoor, alsmede bij meerdaagse wedstrijden of
een competitie over meerdere dagen is het geboortejaar (leeftijd op 31 december van het lopende jaar, het jaar waarin de wedstrijd plaats vindt) bepalend voor de
klasse-indeling.
In alle overige gevallen is de leeftijd op de dag van de wedstrijd bepalend voor de
klasse-indeling.
Het al dan niet samenvoegen van leeftijdsklasses wordt bepaald door de aantallen
deelnemers uit de voorinschrijving. Bij het NK Outdoor rijden de damescruisers in de
eigen klasse.

Indeling manches en (semi-)finales
Artikel 8a
Manche-indeling.
Meerdere rijders van één vereniging moeten gelijkmatig verspreid worden over de
groepen. Als er van één leeftijdsklasse meerdere groepen zijn, wordt de rit van de
grootste groep als eerste verreden (voorbeeld: een groep van negen rijders wordt
verdeeld in een groep van vijf en een groep van vier rijders. De groep van vijf rijders
als eerste, dan de groep van vier).
(Semi) finale ritten
Er dienen zoveel mogelijk rijders aan de startplank te verschijnen, met dien
verstande dat van elke manche minimaal één rijder afvalt.
(De samenstelling van de finales, halve en kwart-finales is opgenomen in de bijlagen
A, B en C.)

Puntentelling
Artikel 9
De winnaar van iedere manche ontvangt 1 punt, de tweede 2 punten, enz.
Degene die na de verreden manches het minste aantal punten heeft behaald is de
winnaar uit de manches. Bij het eindigen met een gelijk aantal punten is het resultaat
van de laatste manche doorslaggevend voor de bepaling van de einduitslag.
Bij de NK-clubs rijdt iedereen voor een individuele dagprijs en worden de resultaten
van maximaal de 8 beste rijders per vereniging geteld voor de clubbeker, waarbij
onderstaande punten worden toegekend:
Per manche: Per finale cq. 4e manche:
1e plaats: 10 punten 1e plaats finale: 10 punten
2e plaats: 9 punten 2e plaats finale: 9 punten
3e plaats: 8 punten 3e plaats finale: 8 punten
enzovoort enzovoort
enzovoort enzovoort
De club met de hoogste score van manche- en finalepunten is winnaar.
Bij een gelijke stand is het aantal gewonnen finales bepalend. Is ook dan de stand
nog gelijk dan is het aantal mancheoverwinningen bepalend.

Wedstrijdindeling
Artikel 10
De wedstrijden worden verreden met 8 dan wel 6 startplaatsen. Op banen met 8
startplaatsen, waar maar met 6 rijders wordt gestart, vervallen de banen 1 en 8 (dus
de twee buitenste banen).
Indien de manches met 6 rijders worden verreden worden ook de finales met 6
rijders verreden.
Voor het laten rijden van een klasse op een wedstrijd is het voorwaarde dat minimaal
3 rijders aan de start verschijnen.
Afhankelijk van het aantal deelnemers wordt een wedstrijd als volgt verreden:
1. drie manches + finales of een vierde manche;
2. vijf manches + finales of een zesde manche.
Een wedstrijd van vijf manches + finales of een zesde manche kan echter alleen
verreden worden bij minder dan 150 deelnemers.

Bij finales dienen zoveel mogelijk rijders aan de start te verschijnen, waarbij het
aantal rijders dat overgaat naar de finales echter maximaal het aantal rijders min 1
bedraagt dan het aantal rijders in de manche cq. deelfinales.

Prijzenregeling
Artikel 10a
Algemeen
Een deelnemer komt alleen in aanmerking voor een prijs als hij/zij is gestart in de
eerste drie (3) manches en de finale heeft gehaald.
Als de wedstrijd over vier (4) manches gaat en de deelnemer/ster kan in de vierde (4)
manche niet meer aan de start komen, dan wordt de deelnemer/ster in de vierde (4)
manche als laatste geklasseerd, om zo tot een eindstand te komen.
Nederlandse Kampioenschappen en nationale wedstrijden
Bij een Nederlands Kampioenschap en de nationale wedstrijden krijgen alle finalisten
een beker. Indien er in een groep een 4e of 6e manche verreden wordt, bedraagt het
aantal bekers het aantal rijders min twee (2), met een minimum van drie (3) bekers.
De kampioenen krijgen bovendien een kampioensshirt of -trui.
Voor de N.C.K. worden voor de eerste tien (10) beste clubs bekers beschikbaar
gesteld.
Open wedstrijden
Bij een open wedstrijd dienen minimaal 3 prijzen per leeftijdsklasse beschikbaar te
zijn, tenzij een klasse wordt verreden met 3 rijders waarbij met twee bekers volstaan
kan worden.
Regiowedstrijden
De prijzenregeling bij regiowedstrijden dient in onderling overleg te worden bepaald.

Promotieklasse
Artikel 10b
In de promotieklasse kunnen diegene rijden die in het jaar van de eerstvolgende NK
15 jaar of ouder zijn, zowel jongens als meisjes. De promotieklasse wordt verreden
tijdens de Nederlandse Kampioenschappen Indoor en Outdoor en alle nationale
wedstrijden, met uitzondering van het Nederlands Club Kampioenschap.
Aan de promotieklasse kan alleen worden deelgenomen als ook in een andere
klasse (leeftijdsklasse of cruisers) wordt deelgenomen.
Als voor de promotieklassedrie (3) wedstrijden zijn gemist, is inschrijving hiervoor
niet meer mogelijk.
Er worden geen dagprijzen uitgedeeld.
Om voor de eindklassering in aanmerking te komen moet men aan een aantal
wedstrijden hebben deelgenomen. Dit aantal wordt bepaald door het aantal te
verrijden nationale wedstrijden min twee (2). Iedere deelnemer die hieraan voldoet
ontvangt na de afsluitende wedstrijd een beker, terwijl de kampioen tevens een
kampioensshirt of -trui ontvangt.
De indeling van de groepen wordt op elke wedstrijd bepaald door middel van loting
door de wedstrijdcoördinator, geassisteerd door twee (2) juryleden van de organiserende
vereniging.
Er wordt een A en een B finale verreden. De afvallers in de halve finale gaan over
naar de B finale.
Per wedstrijd worden de volgende punten toegekend:
Het meedoen levert 15 punten op.
MANCHES
1e plaats: 10 punten
2e plaats: 09 punten
3e plaats: 08 punten
4e plaats: 07 punten
5e plaats: 06 punten
6e plaats: 05 punten
A-FINALE
1e plaats: 55 punten
2e plaats: 50 punten
3e plaats: 45 punten
4e plaats: 40 punten
5e plaats: 35 punten
6e plaats: 30 punten
B-FINALE
1e plaats: 27 punten
2e plaats: 24 punten
3e plaats: 21 punten
4e plaats: 18 punten
5e plaats: 15 punten
6e plaats: 12 punten

Inschrijfgeld
Artikel 10d
Het inschrijfgeld voor de Nederlandse Kampioenschappen Indoor en Outdoor, de
Provinciale Kampioenschappen en de Promotieklasse, wordt jaarlijks in de voorjaarsvergadering
van de Federatieraad vastgesteld.
Uitrustingseisen
Artikel 11
De deelnemer dient gekleed te zijn in een shirt of trui met lange mouwen, lange
broek, handschoenen met gesloten vingers en een helm met mondbeschermer.
Trui en broek dienen voldoende bescherming te bieden.
Het rijden in een ruimzittende korte broek gemaakt van scheurbestendig materiaal is
toegestaan in combinatie met specifieke "cross" knie/scheenbeschermers die zowel
onder als boven de knie voorzien zijn van een sluiting.

Het Fietscross-wedstrijdcircuit
Artikel 12
a. Het circuit
Het wedstrijdcircuit dient uitgezet te worden op een grondsoort die compact van
structuur is. Voldoende snelheid moet kunnen worden behaald om de wedstrijd ook
voor de jongsten aantrekkelijk te laten zijn.
Het circuit dient op een open ruimte te worden uitgezet. Voor de wedstrijden is een
oppervlakte van ca. 50 x 60 meter noodzakelijk. Voor indoorwedstrijden geldt een
oppervlakte van ca. 25 x 50 meter. Het circuit dient rondom afgezet te zijn, op een
dusdanige manier, dat het publiek zich rond de baan kan bewegen, alles kan
overzien en toch niet op het binnenterrein kan en behoeft te komen. Het
binnenterrein is verboden voor publiek.

b. De lengte van het circuit
De lengte van de baan dient minimaal ca. 250 meter te zijn. Voor indoorbanen
minimaal ca. 150 meter.

c. Startheuvel
De startheuvel dient minimaal 1,50 meter hoog en ca 8.00 meter breed te zijn voor
outdoor banen. Voor indoorbanen is de hoogte van de startheuvel vrij, met als
minimum eis dat het achterwiel wel ongeveer 30 cm hoger dient te staan dan het
voorwiel. De breedte dient minimaal 80 cm (aanbevolen wordt 1 meter) per
startplaats te zijn, plus aan beide buitenkanten 20 cm vrije ruimte (bij 6 startplaatsen
dus 5,2 meter, bij 8 startplaatsen 6,8 meter)
Het oppervlak op de startheuvel dient geasfalteerd dan wel bestraat te zijn en schuin
op te lopen en wel op een dusdanige wijze, dat het achterwiel ongeveer 30 cm.
hoger staat dan het voorwiel, als de renner van start gaat.

d. Starthek
Een starthek is verplicht en moet een minimale lengte hebben van ca. 6,5 meter. Als
het starthek bestaat uit een geraamte met daarin de startplaatsen, dan moet de
ruimte tussen de startplaatsen degelijk gesloten zijn. Voor nationale wedstrijden,
zowel in- als outdoor, moet het starthek minimaal 50 cm hoog zijn en haaks op de
starthelling staan.
De startposities dienen op de opstelzijde van het hek te worden aangebracht.
De bediening van het starthek moet door 1 man gebeuren. De starter geeft eveneens
de commando's. Indien van een elektronisch-magnetisch starthek gebruik wordt
gemaakt, dient tevens mechanische bediening mogelijk te zijn.
Indien de constructie van het starthek niet toelaat dat op een andere soort bediening
wordt overgeschakeld, dienen in ieder geval voldoende maatregelen te zijn genomen
om functioneren tijdens een gehele wedstrijddag te waarborgen.

e. Parc-Fermé
Achter of naast de startheuvel is men verplicht een parc-fermé (gesloten park) aan te
leggen. Dit is een gesloten ruimte, waar renners zich kunnen opstellen voor de
wedstrijd.
Minimaal dienen 6 z.g. opstelrijen te worden aangebracht, waarop renners zich naast
dan wel achter elkaar opstellen conform de startposities aangegeven op de
wedstrijdlijsten. Opstellen op startpositie in de semifinales en de finale geschiedt na
loting (de loting wordt geautomatiseerd uitgevoerd middels het NFF-juryprogramma
en bekend gemaakt op de lijsten voor de betreffende finale).

f. Het startterrein
Het startterrein dient minimaal 6.00 meter breed te zijn bij zes (6) startposities cq.
8.00 meter breed bij acht (8) startposities en de afstand tot de eerste bocht moet
minimaal 45 meter bedragen.
Bij het ingaan van de eerste bocht moet de baan ca 5 meter breed zijn. Deze breedte
blijft gehandhaafd tot op het moment waarop de bocht overgaat in het volgende
rechte stuk en mag dan geleidelijk worden teruggebracht tot ca. 3 meter.
Uitgaande van het maximale aantal toegestane renners aan de start nl. acht (8),
dient de baan over de verdere lengte ca. 3 meter breed te zijn, met uitzondering van
de (kom)bochten, die in het centrum ca 5.00 meter breed dienen te zijn .
Loodrechte afsprongen van meer dan 40 cm mogen niet voorkomen in een
fietscrosscircuit.
De finishlijn dient gemarkeerd te zijn.

Achter de finishlijn dient een fuik aanwezig te zijn waar de rijders na het finishen
tegengehouden kunnen worden. Doorlating geschiedt op aangeven van de
(hulp)trackmanager. Binnen de fuik mag het publiek zich niet ophouden.

g. De afzetting van de wedstrijdbaan
De markering van de wedstrijdbaan moet zodanig zijn uitgevoerd dat geen delen van
de markering meer dan 20 cm boven het baanoppervlak uitsteken.
Verder moet er voor de rijders de mogelijkheid zijn om, in geval van nood, de baan te
kunnen verlaten.

h. De afzetting rondom het wedstrijdcircuit
Obstakels, zoals palen en afzettingen, dienen zo mogelijk minimaal 2.00 meter uit de
zijkant van de baan te worden geplaatst. Als dit door omstandigheden niet mogelijk
is, dienen deze obstakels op een deugdelijke manier te zijn afgeschermd.

i. Bijzondere eisen bij organisatie nationale wedstrijden
Er moet voldoende parkeergelegenheid in de directe nabijheid van de crossbaan
aanwezig te zijn alsmede voldoende sanitaire voorzieningen.
Voorschriften van de fiets

Artikel 13
Algemeen
·  versnellingen zijn verboden;
·  alle onderdelen dienen vast gemonteerd te zijn;
·  assen van de wielen mogen niet meer dan 5 mm uitsteken;
·  kettingspanners zijn verboden tenzij de moer en de uitstekende draadeinden
deugdelijk zijn afgeschermd;
·  standaard, spatborden, vleugelmoeren, kettingkasten en andere puntige
voorwerpen zijn verboden;
·  de crossfiets moet voorzien zijn van deugdelijke trappers.
Het stuur
·  het stuur mag niet hoger zijn dan 30 cm en niet breder dan 75 cm;
·  er mogen geen breuken in het stuur zitten en een gebroken stuur mag niet
gelast zijn;
·  om de uiteinden van het stuur dienen handvaten op een dusdanige wijze
gemonteerd te zijn, dat de uiteinden van het stuur niet zichtbaar zijn.
Het balhoofd
·  het balhoofd mag geen speling hebben;
·  de balhoofdmoer moet vast zitten;
·  de afstand tussen bout (top) gooseneck en balhoofdmoer mag niet meer
bedragen dan 5 cm.

Het frame
·  frames waarin breuken geconstateerd worden, worden niet toegelaten tot de
wedstrijd.
De wielen
·  de spaken moeten voldoende gespannen zijn;
·  lichte, net voelbare speling op de lagers is toegestaan;
·  de moeren dienen vast gemonteerd te zijn;
·  de crossbanden dienen uit één stuk vervaardigd en van profiel voor-zien te
zijn.
De remmen
·  de fiets dient voorzien te zijn van een terugtraprem of een handrem werkend
op het achterwiel;
·  de verankering van de terugtraprem dient d.m.v. een klem om het frame
gemonteerd te zijn (dus geen aan het frame gelaste bevesti-gingsbeugel);
·  het uiteinde van de binnenkabel moet worden afgeschermd;
·  het uiteinde van de remhandle moet afgerond of beschermd zijn.
Het zadel
·  het zadel dient vast gemonteerd te zijn en in goede staat te verkeren;
·  indien de zadelpenklem voorzien is van een losse bout en moer, dan mag de
bout niet meer dan 5 mm uitsteken.
Het cranckstel
·  moeren moeten vast gemonteerd zijn;
·  er mag lichte, net voelbare speling in de lagers zitten;
·  de tandwielkeuze voor en achter is vrij.
Stuurnummerbord en zijnummerbordjes
·  Het nummerbord dient voorop het stuur te zijn gemonteerd;
·  De aangebrachte nummers dienen duidelijk leesbaar, minimaal 80 mm hoog
en 10 mm dik te zijn. Controle op leesbaarheid van de nummers geschiedt
door de besturen van de verenigingen. Een moeilijk leesbaar of onleesbaar
nummerbord kan uitsluiting tot gevolg hebben (het nummer wordt dan niet
genoteerd).
·  Zijnummerbordjes worden aan weerskanten van de bovenste framebuis
gemonteerd, direct achter de stuurstang.
·  De cijfers van de zijnummerbordjes moeten zwart zijn op een witte ondergrond
en minimaal 60 mm hoog.
·  Reclame en/of afbeeldingen zijn op de zijnummerbordjes niet toegestaan.
Controle
De controle op de fietsen zal regelmatig door de eigen clubs gehouden worden.

Startpositie
Artikel 14
De startposities dienen te worden ingevuld volgens het schema zoals achterin dit
reglement vermeld is en worden bekend gemaakt via lijsten die op een duidelijk
zichtbare plaats dienen te worden opgehangen, e.e.a. met dien verstande dat de
jongste leeftijden zich onderaan bevinden. Voor een te verrijden kwartfinale, halve
finale en finale wordt door de jury-computer geloot voor de startpositie.
Ruilen van de startpositie is op straffe van diskwalificatie uitdrukkelijk verboden.

Training
Artikel 15
1. Voor de wedstrijd worden de deelnemers in staat gesteld te trainen met gebruik
van het starthek. Ook tijdens de training gelden de bepalingen t.a.v. kleding en
fiets volgens de artikels 11 en 13 van dit reglement.
2. Ten behoeve van een ordelijk verloop van de training, wordt getraind in
trainingsblokken. Het hoofdbestuur stelt jaarlijks regels vast met betrekking tot de
indeling en het gebruik van de trainingsblokken. Overtreding van deze regels kan
door de trackmanager(s) worden bestraft met de hem ter beschikking staande
maatregelen.

Wedstrijd controlevlaggen
Artikel 16
De betekenis van de kleur van de vlaggen is als volgt:
Groen: de baan is vrij, er kan gestart worden (trackmanager, baancom-missaris)
Geel: attentie, gevaar op of direct naast de baan (trackmanager en baancommissaris)
Rood: direct stoppen op of naast de baan (trackmanager)
Wit/zwart geblokt: protestvlag (te plaatsen direct bij de finish)

Rennerskwartier/parc fermé
Artikel 17
Uitsluitend vanuit het rennerskwartier (dus niet over de centrale
omroepinstallatie)worden de rijders opgeroepen voor de start.
Iedere deelnemer wordt drie (3) maal met racenummer, startnummer en naam
opgeroepen om zich te melden.
De aanwezige deelnemers worden op de startlijst geregistreerd. De niet aanwezige
deelnemers kunnen worden uitgesloten van de betreffende race.
In geval van technisch mankement aan de fiets voor aanvang van de race dient
hiervan onmiddelijk melding te worden gemaakt bij de (hulp)trackmanager, zodat
deze kan beslissen of de race wordt uitgesteld.
In het rennerskwartier mag niet op de crossfiets worden gereden. Alle aanwijzingen
van de NFF-officials dienen onverwijld opgevolgd te worden.
De start
Artikel 18
a. Handmatig starten
De startcommando's, die luid en duidelijk gegeven moeten worden zijn:
- RIDERS OPGELET: Er wordt twee (2) seconden gewacht tot het geven van het
volgende commando.
- RIDERS READY: Er wordt wederom twee (2) seconden gewacht.
- RIDERS GO: Indien de "R" van RIDERS wordt uitgesproken kan de startprocedure
niet meer beëindigd worden. De starter dient de startplank zodanig te bedienen dat
de plank valt tijdens het uitspreken van "GO".
b. Starten met lichten en/of voicebox
De startcommando's, die luid en duidelijk gegeven moeten, worden zijn:
- RIDERS OPGELET: Er wordt twee seconden gewacht tot het geven van het
volgende commando. Als van random start gebruik wordt gemaak, luidt het eerste
commando ATTENTION RANDOM START.
- RIDERS READY: Er wordt wederom twee (2) seconden gewacht.
- WATCH THE LIGHTS: Indien de "W" van WATCH wordt uitgesproken, dan kan de
startprocedure niet meer onderbroken worden. Na het uitspreken van de "W" van
WATCH moet het vallen van het starthek binnen twee-en-een-half seconden ingezet
zijn.
De startprocedure is geëindigd als het startlicht op groen springt, cq. het starthek
begint te vallen (d.i. als de spanning van de magneten verbroken is).

Alleen de starter kan de start afbreken. Hij geeft hiervoor het commando "HERSTEL"
waarna de startprocedure weer volledig opnieuw begint.
De starter wacht tot de betrokken rijder gereed is en begint daarna opnieuw met de
startprocedure.
De rijder dient tijdens de startprocedure zodanig tegen het starthek te staan, dat
hij/zij geen andere rijder hindert.
De leeftijdsgroepen van 4, 5 en 6 jaar mogen door ouders en/of begeleiders tijdens
het innemen van de startpositie geholpen worden. Daarna dienen deze zich te
verwijderen.
De organiserende club zorgt voor uniforme startblokken die door de rijders
desgewenst gebruikt kunnen worden. In geen geval mogen eigen startblokken
worden gebruikt.
Wedstrijd
Artikel 19
1. Elke handeling en/of wijze van rijden, welke gevaar voor anderen kan opleveren
of welke van ongunstige invloed kan zijn op het normale wedstrijdverloop is
verboden.
2. Als rijders komen te vallen of door pech moeten stoppen moet men de baan zo
snel mogelijk vrij maken zonder de overige rijders te hinderen.
3. Elke rijder die tijdens de race de baan verlaat, moet op het dichtstbijzijnde punt
de baan weer opkomen. Hij mag bij deze manoeuvre geen andere rijder hinderen
en/of voorbijgaan. Zelf kan de rijder wel ingehaald worden.
4. Het afsnijden van de baan met de bedoeling voordeel te behalen ten koste van
andere rijders is verboden.
5. Rijders mogen elkaar tijdens de race op geen enkele manier helpen of een
combine aangaan.
6. Blijft een rijder na een valpartij liggen, dan mag pas nadat een E.H.B.O.-er of arts
toestemming gegeven heeft, de betreffende rijder worden verplaatst.
7. Er wordt alleen dan over gestart wanneer de startprocedure door technische of
mechanische storing niet correct verloopt.

Straffen
Artikel 20
De trackmanager kan een straf opleggen als een rijder/ster:
a. opzettelijk een andere rijder/ster hindert;
b. het normale verloop van de race hindert;
c. zich onsportief gedraagt, gaat schelden, handtastelijk wordt of iemand opzettelijk
letsel toebrengt, of dit nu vóór, tijdens of na de race gebeurt.
De trackmanager mag na iedere race de volgende straffen opleggen:
1. officiële waarschuwing;
2. terugplaatsing;
3. uitsluiting;
4. diskwalificatie.
Verklaring:
Ad 1: officiële waarschuwing:
1 x waarschuwen = waarschuwing
2 x waarschuwen = terugplaatsing
3 x waarschuwen = uitsluiting
officiële waarschuwingen gelden per wedstrijdklasse
Ad 2: terugplaatsing: De rijder/ster wordt in deze race naar de laatste plaats
verwezen.
Ad 3: uitsluiting: De rijder/ster wordt uit de wedstrijdklasse gehaald alsof hij/zij niet is
ingeschreven.
Ad 4: diskwalificatie: De rijder/ster wordt uit de uitslag van alle wedstrijd-klassen
gehaald en mag niet meer aan de start verschijnen.
De trackmanager kan tegen een rijder/ster een opmerking maken. Dat is geen straf
maar iets waar de rijder/ster op moet letten.
De straffen gelden alleen voor de actuele wedstrijd, waarbij een wedstrijd over
meerdere dagen, zoals het N.K. Outdoor, als één (1) wedstrijd telt.
Als de trackmanager een straf oplegt, dan moet hij/zij deze straf direct na de race
aan de rijder/ster meedelen. Hij/zij moet de straf letterlijk uitspreken en
verduidelijken. De beslissing van trackmanager is definitief, protest tegen de
beslissing is niet mogelijk.

Protesten
Artikel 21
Direct na afloop van de race kan d.m.v. het opsteken van een bij de finishlijn
aanwezige vlag geprotesteerd worden. Rijders t/m 6 jaar mogen hierbij geholpen
worden door een begeleider.

De trackmanager
Artikel 22
De trackmanager is belast met de wedstrijdtechnische supervisie en leiding op een
wedstrijddag. De trackmanager dient te handelen namens de N.F.F. met
inachtneming van dit reglement. Hij dient altijd te worden bijgestaan door een hulp
trackmanager, die als zijn vervanger kan optreden.
De dienstdoende E.H.B.O.-er dan wel medicus doet, voorzover naar zijn mening de
deelnemer medisch bezien niet geschikt is aan de training en/of wedstrijd deel te
nemen, hiervan mededeling aan de Trackmanager.
De Trackmanager moet controleren of de benodigde uitrustingsstukken op hun
plaats staan, zoals omroepinstallatie, wedstrijd controlevlaggen, starthek, baanafzetting
etc.;
Hij moet erop toezien, dat het overige baanpersoneel goed geïnstrueerd is en
klaarstaat als de trainingen en wedstrijden beginnen;
Bij geschillen is de uitspraak van de Trackmanager beslissend.

Starter
Artikel 23
De starter bedient het starthek en geeft de daarbij behorende commando's.
Hij wordt geassisteerd door de hulpstarter, die er tevens controle op uitoefent of de
crossers de juiste startplaats op de startheuvel innemen.
De starter dient te wachten op een teken van de Trackmanager: "Baan vrij voor de
volgende start" (groene vlag). De starter is bevoegd, alleen wat betreft het starten, de
trackmanager een waarschuwing op te laten leggen.
Baancommissarissen

Artikel 24
Bij elke wedstrijd en de voorafgaande training dienen minimaal twee (2)
baancommissarissen aanwezig te zijn. Zij assisteren de Trackmanager bij een goed
en sportief verloop van de wedstrijd. Hiertoe maken zij aantekening van geconstateerde
overtredingen. Zij worden, zo nodig, bij een protest door de Trackmanager geraadpleegd.
De baancommissarissen hanteren de gele en groene vlag als beschre-ven in punt16.
De baancommissarissen bij nationale wedstrijden moeten deelgenomen hebben aan
de door de NFF georganiseerde baancommissarissendag.

Jury
Artikel 25
Het juryteam bestaat uit minimaal acht (8) personen. Drie (3) daarvan noteren de
volgorde van binnenkomst, welke wordt beslist op de finishlijn.
Zij nemen daar een zodanige plaats voor in, dat een duidelijk zicht op de finishlijn
mogelijk is. Bepalend voor de binnenkomst is als de voorkant van het voorwiel de
finishlijn passeert. De rijder/ster moet op dat moment de fiets tussen de benen
hebben.
Verder moeten zij verdeeld opgesteld zijn: twee (2) aan de linkerzijde van de finishlijn
en één (1) aan de rechterzijde van de finishlijn (of vice-versa). Over de volgorde van
binnenkomst mag door deze drie (3) juryleden niet gediscussieerd of overlegd worden.
Alle jurybriefjes moeten naar de controle gebracht worden.
Een vierde lid van de lijnjury noteert zoveel mogelijk maar concentreert zich daarbij
met name op de close-finishes (de rijders die vrijwel gelijktijdig de finishlijn
passeren).
Zijn notatie is beslissend bij twijfel van de andere drie (3) juryleden. Twee (2)
juryleden houden zich bezig met het doorschrijven van de uitslagen die de jury op de
finishlijn genoteerd heeft.
Een zevende (7e) en achtste (8e) persoon wordt door de vereniging aangewezen om
de briefjes van de jury, die de binnenkomst van de crossers noteert, naar de
doorschrijvende juryleden te brengen.

Fotofinish en jury
Artikel 25A
Bij wedstrijden waar met het fotofinish-systeem wordt gewerkt, bestaat het juryteam
uit minimaal zes (6) personen.
Eén jurylid is verantwoordelijk voor het maken van de finishfoto’s. Dit jurylid
zorgt ervoor dat van elke individuele finish een foto wordt vastgelegd in het
fotofinish-systeem.
Twee juryleden zijn verantwoordelijk voor het verwerken van de finishfoto’s tot
uitslagen. Zij leggen de uitslagen vast in digitale bestanden. Twee andere juryleden
zijn steeds beschikbaar ter aflossing.
Eén jurylid noteert buiten bij de finishlijn de volgorde van binnenkomst. Dit
jurylid neemt daar een zodanige plaats voor in, dat een duidelijk zicht op de
finishlijn mogelijk is. Bepalend voor de binnenkomst is als de voorkant van het
voorwiel de finishlijn passeert. De rijder/ster moet op dat moment de fiets
tussen de benen hebben. De genoteerde uitslagen zijn alleen bepalend voor de
uitslag als met behulp van het fotofinish-systeem geen bepalende uitslag kan worden
verkregen.
Een zevende (7e) persoon wordt door de vereniging aangewezen om de briefjes van
de lijnjury, die de binnenkomst van de crossers noteert, naar de binnenjury te
brengen.

E.H.B.O.
Artikel 26
Tijdens regiowedstrijden dienen er steeds drie E.H.B.O.-mensen aanwezig te zijn.
Tijdens nationale wedstrijden moeten dat er minimaal vier (4) zijn.
Om het wedstrijdverloop goed te kunnen volgen, dienen zij op het middenterrein
aanwezig te zijn. Alleen een E.H.B.O.-er of arts kan toestemming verlenen tot het
verplaatsen van een deelnemer na een valpartij.
Ook bij valpartijen is het voor ouders/begeleiders verboden de baan te betreden.

Reglement
Artikel 27
In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist de trackmanager; waarbij
na afloop van de wedstrijd het N.F.F. bestuur hierover geïnformeerd wordt.


DE REST VAN DIT DOCUMENT VOLGT OMDAT DIT EEN OUDE VERSIE BETREFT
!!!!!

Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu